Welkom
 
 
Curriculum vitae
 
 
Gemeenteraad
2006
 
 
Schepen
2001–2006
 
 
Verkiezingen
2004
 
 
Kieslijst
 
 
Kies - programma
 
 
Realisaties '99-'03
 
 
Nieuwe maatregelen Middenstand
 
 
Effect fiscale hervorming
 
 
VLD Roeselare
 
 
VLD Nationaal
 
 
Contacteer
 
   
  Inhoudsopgave kiesprogramma

INLEIDING

I. ALGEMEEN

1. Horeca

2. Luchthavens

3. Visserij

4. Landbouw

5. Textiel

6. A19

7. Grenscriminaliteit

8. Mariene Gebieden

9. Windmolenparken

10. Toerisme


II. PER REGIO

1. Brugge

2. Kortrijk

3. Oostende

4. Roeselare

5. Ieper

6. Torhout

7. Diksmuide





INLEIDING  (back to top)


Het VLD-programma, dat zonder meer ambitieus mag worden genoemd, is gesneden op West-Vlaamse maat. Zo dynamisch en ondernemend West-Vlaanderen is, zo dynamisch en ondernemend wil ook dat programma zijn. Beslist, tijdens de voorbije legislatuur werd onder impuls van de VLD heel wat gerealiseerd waar ook onze kustprovincie de vruchten mocht van plukken. Maar het politieke werk is nooit af. Een maatschappij evolueert voortdurend, dagelijks bieden zich andere uitdagingen aan, nieuwe knelpunten vragen om een oplossing.

Als partij houdt de VLD steeds de vinger aan de pols van onze samenleving. Aldus 'voelt' ze beter dan wie ook wat de nieuwe noden en behoeften zijn. Het VLD-programma biedt niet alleen antwoorden op de vragen die vandààg al leven onder de West-Vlaamse bevolking. De historische woorden van de Franse liberale politicus Emile de Girardin indachtig - 'Gouverner c'est prévoir' (Regeren is vooruitzien) - bevat het programma tevens al de kiemen van een beleid dat van West-Vlaanderen ook voor de komende generaties een boeiende en bloeiende provincie moet maken.
In haar programma heeft de VLD zich bewust onthouden van holle frases met veel superlatieven, zoals ze zich evenmin heeft laten verleiden tot vage beloften die misschien fraai in de oren klinken maar niet realistisch zijn. Neen, de VLD biedt de West-Vlaming zonder meer een pakket aan van weldoordachte beleidsopties die zich uitspreiden over alle segmenten en sectoren van onze samenleving. Naast ieder concreet dossier plaatst de VLD een even concrete oplossing waaraan ze ook een concrete uitwerking wil geven.

Daarbij ontsnapte geen enkele West-Vlaamse regio aan de aandacht. Het VLD-programma bestrijkt het hele West-Vlaamse steden- en gemeentealfabet, gaande van de A van Alveringem tot en met de Z van Zwevegem.

West-Vlaanderen is een unieke provincie, want de enige van ons land die aan de zee grenst. Dit heeft de West-Vlaming steeds een wijdse kijk en een brede visie op de wereld gegeven. Het VLD heeft eenzelfde betrachting: nieuwe horizonten voor West-Vlaanderen openen! Iedere West-Vlaming kan daar voluit aan meewerken door op 18 mei resoluut VLD te stemmen.





I. ALGEMEEN

1. Horeca (back to top)

Knelpunten

· Gelegenheidswerk
· Verlaging van het btw-tarief naar 6 %
· 100 % Aftrekbaarheid restaurantkosten.
· Afschaffing van de openingstaks voor drankslijterijen.

Op piekmomenten zoals weekends en vakantieperiodes kan de vraag naar horecapersoneel ruimschoots het aanbod overtreffen. Door de regering werd echter een regeling gevonden voor gelegenheidsarbeid. Per kalenderjaar kan de werkgever gedurende maximaal 45 piekdagen een beroep doen op dergelijke gelegenheidsmedewerkers. Per werknemer moet een werkgeversbijdrage van 5 euro per dag worden betaald. Voor de werknemer gelden de gewone regels, m.a.w. op het werkelijk betaalde loon wordt 13,07 % persoonlijke bijdrage betaald. De regeling gaat op 1 juli 2003 in voege.

De Belgische BTW-tarifering is sterk afhankelijk van de Europese regelgeving waardoor er weinig eigen beleidsruimte rest. In sommige EU-landen is men er op dat vlak beter aan toe dan in België, in andere dan weer niet. Sinds 1 januari 2000 geldt een tijdelijke maatregel inzake BTW-heffing op arbeidsintensieve diensten. De Belgische regering heeft er alles aan gedaan om de horeca daarbij onder te brengen, maar stuitte op verzet van grote landen zoals Frankrijk en Duitsland. Nog dit jaar zal een tweede poging in die zin worden ondernomen en meer dan vermoedelijk met meer succes, daar o.m. ook Frankrijk nu gewonnen is voor het Belgische voorstel.

Tot de wet van 1998 waren beroepsmatig gemaakte restaurantkosten voor 100 % aftrekbaar. Nadien werd dit gereduceerd tot 50 %, enkele uitzonderingsgevallen niet te na gesproken. Terugkeren, naar 100 % aftrekbaarheid zou de Schatkist een aardige cent kosten – men spreekt van 4,9 miljard frank – en bij de recente hervorming van de personenbelastingen geraakten de regeringspartners het niet eens over dit punt. De VLD zal het dossier echter opnieuw aan de orde stellen.

Het opstarten van een drankslijterij was tot dusver een niet goedkope zaak daar er een eenmalige openingstaks moest worden betaald, gelijk aan drie maal de huurwaarde van het betrokken pand. Deze wet – die overigens al van 1912 dateert ! – is een federale kwestie, maar de tarieven behoren tot de gewestelijke bevoegdheden. Sinds vorig jaar is het Vlaamse gewest overgestapt op het nultarief. Concreet: bij de start van een café moet er dus niet langer openingstaks worden opgehoest.

2. Luchthavens  (back to top)

Luchthaven Oostende.

Knelpunten.

· Groeipotentieel
· Management
· Nichemarkten
· Nachtvluchten

De luchthaven van Oostende moet zich kunnen ontwikkelen tot een middelgrote luchthaven, wat mits enkele aanpassingen - zoals de dringende verwezenlijking van het nieuwe ILS-systeem (Instrumental Landing System) – binnen de huidige infrastructuur moet kunnen.

Inzake beheer moet de DAB (Dienst Afzonderlijk Beheer) worden ingeschakeld mét inschakeling van een beheerder die in overleg met de lokale gemeenschap voldoende beslissingsruimte krijgt om een dynamisch beheer te garanderen.

De luchthaven moet bovendien mikken op een mix van lijnvluchten, charters en vracht. Gezien het niet de ambitie is een luchthaven uit te bouwen met nationale allure, moeten ook bepaalde nichemarkten worden aangeboord.

Het nastreven van een volledige rentabiliteit zou tot een activiteitenniveau leiden dat ecologisch onaanvaardbaar is. De openstelling voor nachtvluchten vormt voor de luchthaven met overwegend intercontinentaal verkeer een absolute noodzaak en is tegelijk een belangrijke commerciële troef omwille van de grote soepelheid voor de gebruikers. Een uitbreiding van de vluchten over zee, een monitoring van de reukhinder en een aanscherping van de “klassieke” milieu investeringen moeten de volgende jaren uitgevoerd worden.

De doelstelling van de luchthaven is finaal het verhogen van de tewerkstelling in de Oostendse regio. De tewerkstellingsambitie houdt ook in dat aanverwante activiteiten ontwikkeld worden zoals onderhoudsfaciliteiten, het luchtvaartcentrum, enz.

Luchthaven Kortrijk-Wevelgem.

Knelpunten.

· Een krappe financiële basis ( geen tussenkomst vanwege de overheid)
· Marktopportuniteiten
· Nachtvluchten

De uitbouw van het vliegveld moet vooral economisch-organisatorisch gericht zijn, want in een verleden beleefde de luchthaven al een uitbouw op infrastructureel en professioneel vlak De voornaamste troef van de luchthaven van Wevelgem is de centrale ligging midden een geïndustrialiseerd en zakengeoriënteerde verzorgingsgebied: de regio Kortrijk – Roeselare. Bovendien kent ze vooralsnog geen ontsluitingsprobleem.

Hoewel het Vlaamse Gewest geen eigenaar is, moet onderzocht worden hoe de luchthaven van Wevelgem rechtstreeks of onrechtstreeks in het financiële circuit van het Vlaamse Gewest kan geïntegreerd worden. De kosten van de vluchtleiding moeten worden overgenomen door Belgocontrol.

Verder moet de uitbouw van de “General Aviation” gepaard gaan met een afbouw van de recreatieve vluchten. Ook lijnvluchten moeten worden aangetrokken. Hiervoor moet er in een bagagescanningsapparaat en de vereiste brandweervoorzieningen worden geïnvesteerd.

Er moet ook worden gestreefd naar het behoud van een beperkte beschikbaarheid ’s nachts. De flexibiliteit van de luchthaven wordt sterk bepaald door de mogelijkheid op vooraf aangekondigde nachtvluchten in te spelen. Ook moet er aandacht worden besteed aan lawaaibeheersing op en rond het vliegveld.

Tenslotte moet er werk worden gemaakt van de commerciële promotie (privé en publiek) van de luchthaven. Er moet ook worden gestreefd naar een samenwerkingsverband met de luchthaven van Oostende, gebaseerd op de specialisaties van beide luchthavens.

3. Visserij  (back to top)

Knelpunten.

· Overname Belgische vissersvaartuigen door Nederlandse reders.
· Sociaal statuut van de vissers.

De overname van Belgische vissersvaartuigen door Nederlandse reders heeft tot gevolg dat het door de Europese Gemeenschap toegestane quotum vis dat voor België bestemd is grotendeels op Nederlandse visveilingen wordt verkocht. Bovendien heeft dit ook gevolg op de werkgelegenheid, zowel in de sector zelf als bij de toeleveringsbedrijven. Het Belgische visserijbeleid moet er naar streven dat de economische band tussen het schip en de thuishaven via een aantal bepalingen versterkt wordt. Dit moet zich vertalen in aanlandingen van vis in Belgische havens en het te werk stellen van meer tewerkgestelde Belgische scheepsbemanning.

Het sociaal statuut van de visser moet worden herbekeken om zodoende het vissersberoep bij de jongeren opnieuw aantrekkelijk te maken.

Daarnaast moet er ook onderzocht worden of het kweken van vissen voor consumptie in ons land geen toekomst heeft. Het project van de kweek van mosselen en oesters te Oostende heeft bewezen dat hierin toch een zekere toekomst is. De viskweek kan ook de visverwerkende nijverheid aan de kust doen ontwikkelen.

Ook moeten de drie Vlaamse visveilingen beter gaan samenwerken onder meer op het vlak van simultaan verkopen, het organiseren van gezamenlijke koeltransporten vanuit het buitenland en het opstellen van normen voor het sorteren van de vis. Tenslotte moet er ook een gezamenlijke promotie gevoerd worden die ertoe bijdragen dat de Vlaamse veilingen een sterkere positie op de internationale markt veroveren.

4. Landbouw  (back to top)

Knelpunten.

· Mestoverschotten
· Good Agricultural Practice
· Regionalisering.
· Toekomst?

Er moet dringend worden gezocht naar een oplossing voor het mestoverschot, zonder daarbij het groot economisch belang van de varkens-, pluimvee- en veeteelt uit het oog te hypothekeren. In het kader van een verantwoord bemestingsbeleid is er nood aan het optimaliseren van de lange afstand mesttransporten en de emissiearme toediening van de bemesting. Daarnaast dienen initiatieven te worden gesteund die moeten leiden tot een 30% verwerkingscapaciteit tegen eind dit jaar. Dit impliceert het samenbrengen van know-how, kapitaal en initiatiefnemers voor het stimuleren van dergelijke initiatieven waarbij mogelijke locaties moeten worden geïdentificeerd en milieunormen voor klein- en grootschalige mestverwerkingsinitiatieven worden vastgelegd.

Een aantal grote Europese supermarkten heeft tezamen met certificeringbedrijven onderzoekers, consumentenorganisaties en vertegenwoordigers uit de voedselketen een kwaliteitsstandaard opgesteld: de Good Agricultural Practice. Hierbij is niet enkel de voedselveiligheid prioritair, maar moet er ook aandacht besteed worden aan kwesties zoals milieu en natuur, dierenwelzijn, sociaal personeelsbeleid. Deze ‘goede agrarische praktijk’ geldt zowel voor groenten en fruit als ook voor granen, vlees, vis en zuivel. Eurepgap zal toezien op de naleving van de concepteisen en de certificaten toekennen.

Een belangrijke troef in het realiseren van een kwalitatieve, duurzame en ook competitieve landbouw, is de regionalisering van deze materie. Vlaanderen zal aldus een volwaardig landbouwbeleid kunnen voeren, dat inspeelt op de noden van de Vlaamse landbouw. Zo zal het een grotere impact hebben op de implementatie van het Europees landbouwbeleid en een geïntegreerd landbouwbeleid kunnen voeren. De landbouw zal aldus een moderne invulling krijgen die meer beantwoordt aan de normen en vereisten, zonder echter de karakteristieken en structuren van de Vlaamse landbouw te verloochenen. Dit Vlaams landbouwbeleid moet resulteren in het bevorderen en promoten van de duurzame landbouw als toekomstig landbouwmodel. De V.L.D. benadrukt de grondgebondenheid van de landbouw en ook de biologische landbouw, maar wil ook de intensieve niet-gebonden landbouw niet uit het oog te verliezen. Deze laatste, die vooral de teelt van varkens en pluimvee inhoudt, kampt met aanzienlijke mestoverschotten. Nochtans neemt deze sector een belangrijk aandeel van de Vlaamse landbouwproductie voor zich. Daarom moet een evenwichtig mestbeleid uitgebouwd worden waarbij de nadruk op de mestverwerking ligt.

Voor de (Europese) landbouw was 2001 een bewogen jaar. (BSE, dioxine, mond- en klauwzeer !). Paniekreacties leidden tot maatregelen, waarvan de gegrondheid nog steeds betwistbaar is. Een en ander heeft geleid tot een veel kritischere benadering vanwege de consument ten aanzien van zijn voedsel. De daling van de vleesconsumptie is in ons land nog beperkt gebleven in vergelijking met sommige buurlanden, de vraag naar bioproducten is sterk gestegen. De vraag die steeds vaker wordt gesteld is: wat is de toekomst van de landbouw in Vlaanderen en in Europa? Het is echter duidelijk dat de landbouw voor een grote uitdaging staat opdat dergelijke voedselcrisissen in de toekomst zich niet meer voordoen. Daarbij moet vooraf duidelijk gesteld worden dat de landbouwer niet volledig verantwoordelijk kan gesteld worden voor deze crisissituaties Het Europese landbouwbeleid en allerlei belangenverenigingen dragen eveneens verantwoordelijkheid. Bovendien heeft de landbouwer ook een gedeelte van zijn werk niet meer onder controle, indien hij onder contract werkt.



5. Textiel  (back to top)

Knelpunten.

· Afschaffing van de aftrekbaarheid van de milieuheffingen

De regering heeft vorig jaar de hervorming van de vennootschapsbelasting doorgevoerd van 40,17% naar 33,99%, een hervorming die plaats vond binnen een budgettair neutraal kader. Dat betekent dat verschillende fiscale uitgaven moesten worden verminderd. Het niet langer aftrekbaar maken van de milieuheffingen zou de textielsector ernstig kunnen benadelen, want deze heffingen worden immers geheven in functie van de activiteit van de onderneming. Een kleine onderneming zal in verhouding minder milieuheffingen betalen dan een grotere, ongeacht het feit of die grotere onderneming milieu-efficienter werkt of niet. Dit betekent dat de som van de te betalen milieuheffingen op het afvalwater volledig afhankelijk is van de economische activiteit van het bedrijf, en bijgevolg als bedrijfseconomische kost en dus als aftrekbare beroepskost moet beschouwd blijven. Deze compensatiemaatregel veroorzaakt een aantal concurrentieverstoringen. De textielsector wordt – als gevolg van haar activiteit – eenzijdig benadeeld t.a.v.andere sectoren, die vooral door toeval weinig milieu-impact hebben.

Het toelaten van belastingen, heffingen en retributies die zouden worden afgetrokken van de winsten, belastbaar in de vennootschapsbelasting, zou het effect van deze heffingen verminderen en zou derhalve de doeltreffendheid van de fiscale instrumenten, welke autonoom door de Gewesten in de uitoefening van hun eigen materiële bevoegdheden, dwarsbomen. Bovendien is de fiscale autonomie van de Gewesten een nieuw verworven recht, en dus door deze belastingen niet langer aftrekbaar te maken, wordt een scheidingslijn getrokken tussen de federale en het regionaal fiscaal beleid.
De Vlaamse regering is momenteel aan het onderzoeken of een verlaging van de milieu-heffingen mogelijk is.

6. A-19  (back to top)

Knelpunten

· Oververzadiging van de N8 Ieper-Veurne
· Natuurbehoud

Aanvankelijk werd de A-19 gepland vanaf Kortrijk via Ieper naar Veurne met aansluiting aldaar op de E40 (A18) Jabbeke-Franse grens-Duinkerke. De A-19 werd echter slechts aangelegd tussen Kortrijk en Ieper zodat men tussen Ieper en Veurne veelal aangewezen blijft op de N8 Ieper-Veurne. Deze weg is echter niet aangepast aan het toeristisch piekverkeer. Dit leidt tot periodieke oververzadiging en filevorming op de N8 Ieper – Veurne. Kenmerkend is ook de menging met traag agrarisch verkeer. Belangrijk is het hoog aandeel van Franse wagens op deze weg: in de zomer loopt dit aandeel op tot circa 30%.

De Vlaamse overheid besliste de geplande sectie van de A-19 tussen Ieper en Veurne niet aan te leggen en een alternatieve oplossing te zoeken om de verbinding tussen beide steden te verbeteren. Argumenten inzake behoud van open ruimte, landbouw, landschap, natuur en (toeristische) aantrekkelijkheid pleitten voor deze optie. Bovendien bevinden zich in deze open ruimte een aantal gebieden met beschermd statuut evenals enkele gevoelige gebieden (ruilverkavelingen). Ook de leefbaarheid van de dorpen langs de N8 wordt sterk aangetast door het (piek)verkeer

Als oplossing wordt een combinatie voorgesteld van een beperkte verlenging van de A19 en een aanpassing van de huidige N8 Ieper-Veurne tussen Woesten en Veurne. De beperkte verlenging zou verlopen vanaf de huidige terminus van de A19 te Sint-Jan naar Woesten waar kan worden aangesloten op de aan te passen weg N8 Ieper-Veurne. De aanpassing van de N8 impliceert het ontdubbelen tot 2x2 rijstroken (eventueel via aanleg van ventwegen) met omleidingen ter hoogte van Oostvleteren en Hooglede.

7. Grenscriminaliteit  (back to top)

Knelpunten

· Gebrekkige samenwerking tussen de politiediensten aan weerszijden van de grens.
· Slechte communicatie tussen de verschillende rechterlijke overheden.

De oorsprong van de problematiek rond de criminaliteit in de grensstreek heeft een sterk socio-economisch karakter, maar is gaandeweg geëvolueerd tot een maatschappelijk onaanvaardbare situatie, waarbij de overheid en de onmiddellijke verantwoordelijke niet in staat waren om de gedragscode die bij deze groep leefde in de hand te houden. Komt daarbij dat de daders zich eveneens zeer goed realiseerden dat de samenwerking tussen de politiediensten aan weerszijden van de grensstreek op tal van moeilijkheden stuitte en dat de communicatie tussen de rechterlijke overheden onbestaande was, zodat ze lange tijd met weinig last voor zichzelf, maar des te meer voor hun slachtoffers, hun gang konden gaan.

Het optreden van de Belgische politiediensten alleen was niet voldoende om de grenscriminaliteit een halt toe te roepen, omdat de Franse politiediensten bereid moesten zijn om ook tegen de daders op te treden. De gemengde patrouilles zijn een doeltreffend orgaan indien zij over heel de grensstreek wordt toegepast. Het gemeenschappelijk commissariaat te Doornik is ook een belangrijk troef in de strijd tegen de grenscriminaliteit. Dit commissariaat zal zorgen voor de rechtstreekse informatie uitwisseling naar de diverse politiekorpsen.Bij een actie worden de politiediensten aan beide kanten van de grens via het commissariaat onmiddellijk ingelicht.

De gerechtelijke overheden moeten ook bereid zijn om te communiceren en samen te werken om tot een doeltreffend strafbeleid te komen. Veel hing af van de magistraat die het onderzoek leidde om al of niet de zaken over te maken aan hun collega over de grens, en of deze magistraat bereid was de zaken te laten vervolgen samen met deze die in het buurland werden gepleegd. Er is nu afgesproken dat de gerechtelijke uitspraken van België en Frankrijk veel efficiënter zullen worden erkend.

8. Afbakening van de Mariene Gebieden (back to top)

Knelpunten.

· Belemmering voor doorgang voor de scheepvaart
· Belemmering voor het kusttoerisme
· Remming van de pleziervaart

België moet ter bescherming van het mariene milieu speciale beschermingszones afbakenen, dit volgens de Europese vogel- en habitatrichtlijn. Een KB betreffende mariene milieus werd reeds goedgekeurd, in uitvoering van de Wet van 1999. Hierin wordt enerzijds de drie gebieden afgebakend.Twee liggen in zee voor de midden- en oostkust (De Vlakte van Raan en de Wenduinebank), het derde en grootste omvat de hele kuststrook van Lombardsijde tot aan de Franse grens.

De kustburgemeesters protesteren met klem tegen deze afbakeningen omdat er geen rekening wordt gehouden met de belangrijke sociaal-economische gevolgen voor de kust. Bovendien zijn de burgemeesters boos omdat ze geen deel uit maken van de adviescommissie. Het dossier is momenteel nog in volle ontwikkeling en moet nauwlettend worden gevolgd.

9. Windmolenparken op Zee  (back to top)

Knelpunten.

· Kusttoerisme
· Veiligheid

Het plaatsen van windmolenparken in zee voor het generen van milieuvriendelijke energie, mag de ontwikkeling van de toeristische sector niet belemmeren.

De ongelukken met het gezonken vrachtschip ‘Tricolor’ tonen duidelijk de kwetsbaarheid aan van drukke vaarroutes als het Kanaal, de Noordzee voor onze kust en de toegang tot de Westerschelde. Windmolenparken op zee, die belangrijke vaarroutes belemmeren, kunnen de kans op ongelukken doen toenemen. Het aanleggen van een windmolenpark op de Thorntonbank op 30 km van de kust en buiten de gevaarlijke vaarroutes mag in principe geen bezwaar opleveren.

10. Toerisme  (back to top)

Traditioneel vormen de kust, Brugge en de Westhoek dé toeristische trekpleisters binnen West-Vlaanderen, elk met hun eigen knelpunten

Knelpunten van de kust.

Overnachtingbestedingen staan onder druk door een sterke afhankelijkheid van de binnenlandse markt, de sterke afkalving van de markt van de langere verblijven die onvoldoende wordt gecompenseerd door de groeimarkt van de kortere vakanties, de trend naar een steeds kortere verblijfsduur, de loodzware concurrentie van touroperators die in België buitenlandse bestemmingen aan zeer lage prijzen aanbieden. en de omzetting van huurwoningen naar tweede verblijven met een lagere bezettingsgraad;
Bovendien is de toerist niet alleen veeleisender geworden, maar ook steeds meer prijsbewust. Internet maakt een wereldwijd aanbod transparant en toegankelijk.

Ten einde hierop een antwoord te vinden, dient de rode draad doorheen de kuststrategie te bestaan uit een: permanente bewaking van de prijs-kwaliteitverhouding, verjonging van het product en het imago, streven naar een verdere verbreding van het seizoen én van de doelgroepen, opdrijven van het aantal buitenlandse toeristen zonder evenwel de binnenlandse markt te verwaarlozen, het aantrekken van nieuwe doelgroepen. Uiteraard moet het bestaande cliënteel, met in eerste instantie de gezinnen met kinderen en senioren, verder worden aangesproken. Een verbreding van de distributiesystemen en integratie van de informatietechnologie dringt zich eveneens op. Verdere versteviging van de samenwerking binnen en buiten de provincie op het vlak van de toeristische organisatie en communicatie is hier uiteraard eveneens vanzelfsprekend.

Knelpunten voor Brugge.

Het gewicht van het dagtoerisme heeft zeer negatieve gevolgen, zowel voor inwoners als toerist. Daarom moet Brugge in eerste instantie het huidige beleid met betrekking tot de conservatie van de authenticiteit van het architecturale en cultuurhistorische erfgoed en de concentratie van het toerisme binnen de driehoek stadhuis, begijnhof en het Zand resoluut verder zetten. De uitstraling van dit patrimonium (Unesco Werelderfgoed) en het leefbaar houden van de stad vormen immers de absolute basisvoorwaarde voor succes.

Knelpunten voor de Westhoek

De huidige strategie van de Westhoek moet worden verder gezet, nl een verdere kwaliteitsverhoging van de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische aantrekkingselementen, een gestructureerde integratie van attractiepunten in het geheel van de regio, en het ontwikkelen van een kwalitatief evenementenbeleid dat inspeelt op de eigenheid van de Westhoek.

In het algemeen kan gesteld worden dat de steeds veeleisender consument en de snel evoluerende en internationaliserende bedrijfsomgeving de West-Vlaamse toeristische sector in zijn globaliteit zal dwingen een steeds grotere waaier van reisproducten op een flexibele manier aan te bieden aan de potentiële klanten. Toeristische regio’s zullen binnen deze context op een actieve en agressievere manier hun rol moeten opeisen en strategische samenwerkingsverbanden moeten aangaan om de mogelijkheden die geboden worden op de buitenlandse markten optimaal te benutten, onder andere door een optimaal gebruikmaken van het instrument van de informatietechnologie.


II. PER REGIO.

1. Brugge  (back to top)

Knelpunten

· Ontsluiting van de zeehaven

De bereikbaarheid van Zeebrugge is zowel via weg, spoor als via binnenscheepvaart onvoldoende waardoor het wegverkeer overbelast wordt.

Door de verkeersproblemen op de N31 te Brugge en de aansluiting op de N49 komt de verkeersveiligheid en de leefbaarheid van de omgeving in gedrang. Vandaar dat er aangedrongen wordt op de realisatie van het verdiepingsprogramma om getij-ongebonden vaart tot 46 voet mogelijk te maken voor een verbeterde maritieme toegang voor de containervaart.

Voorts moet de ontsluiting van de haven via de weg versneld worden uitgevoerd door het wegwerken van de kruispunten op de N31, het omvormen van de N49 tot een autosnelweg, de aanleg van de geplande Ax tussen de N31 en de N49 zonder de dorpsgemeenschap van Westkapelle te verstoren en het omvormen van de N44 tussen de E40 en de N49 tot een volwaardige primaire I-weg

Op korte termijn moet ook worden geïnvesteerd in de modernisering en de uitbreiding van het vormingsstation in Zeebrugge en in de aanleg van de spoorbocht aan de vertakking Ter Doest, waarbij maximaal rekening moet worden gehouden met de bestaande landbouw- en natuurwaarden en met een minimaal ruimtegebruik. Op middellange termijn moet een veel grotere ontsluitingscapaciteit via het spoor worden bewerkstelligd.

Daarnaast moet er ook geïnvesteerd worden in: de varende sluis (brengt binnenvaartschepen over zee naar de Scheldemonding en is als dusdanig een voorlopige tussenoplossing in afwachting van een volwaardige waterwegverbinding tussen Zeebrugge en het binnenland) en de afwerking van het Albert II-dok.
De haven van Zeebrugge heeft steeds meer nood aan oppervlakte ro-ro-activiteiten alsook voor de containertrafieken. De noordkant van het Albert II-dok dient te worden uitgerust voor deze trafieken.
De eerste fase van het zuidelijk kanaaldok dateert van 1987. Als gevolg van de vestiging van een aantal bedrijven is de voorraad beschikbare uitgeruste grond in de achterhaven bijna uitgeput. De doortrekking van het zuidelijk kanaaldok en de bouw van nieuwe kaaimuren kunnen dit verhelpen.
Potentiële havenklanten willen alle transportmodi (weg-spoor-binnenvaart) in hun logistiek concept inbouwen. Dit is in Zeebrugge momenteel onmogelijk: de binnenvaarttrafiek is er nagenoeg onbestaande. Zeebrugge moet dus dringend komen met een nieuw duwvaartkanaal tussen de kusthaven en het kanaal Gent-Terneuzen.

2. Kortrijk  (back to top)

Knelpunten

· versnelde tertiairisering
· nieuwe periferisatie

Door de stabilisatie van de lokale tewerkstelling in de industrie en een in vergelijking met de rest van Vlaanderen sterkere groei in de tewerkstelling scoort de regio Kortrijk lagere werkloosheidscijfers dan andere Vlaamse arrondissementen. De verdienstelijking en het groeiend belang van hooggeschoolden in bedrijven wijzen op een metamorfose van een industriële economie naar een kenniseconomie.

De driepool Lille-Roubaix-Tourcoing probeert met behulp van grote infrastructuurwerken tot een metropool uit te groeien. Dit betekent dat Kortrijk nu kan profiteren van de geografische nabijheid van een te ontwikkelen metropool. Er dringt zich ook een nieuwe periferisatie op in een tweespalt tussen grootstedelijke gebieden en de zgn. ‘buitengebieden’. Door moderne netwerkinfrastructuren (TGV) een uitgebreid autosnelwegennetwerk en de liberalisering van het Europees luchtruim worden de verbindingen tussen de grootstedelijke gebieden steeds beter, waardoor de concurrentiele positie van de buitengebieden in relatieve termen achteruit gaan.
infrastructurele werken die zich opdringen zijn de voltooiing van de ring rond Kortrijk met inbegrip van de afwerking van de R8 Noord van A19 (Kortrijk-West) tot aansluiting 2 op de A14 (Kortrijk-Oost), de voltooiing van het secundair wegennet, met name de N391, N382, en N36, de voltooiing binnenstedelijk netwerk Kortrijk, met name de Westelijke ring, N50bis, en N328de afwerking van de Sluis Zwevegem, de Leiedoortocht in Kortrijk, de expansie van containerterminal Avelgem, de aanleg derde rijvak op E17 tussen Kortrijk en Waregem, de aanleg derde rijvak op E17 tussen Kortrijk en Franse grens in beide richtingen en de aansluiting op het TGV-netwerk
Daarnaast moeten er projecten worden ontwikkeld ter versterking van de regio als “Westelijke Poort van Vlaanderen”: (reconversie Grenspost Project Rekkem-Ferrain, LAR II – Transport-logistiek Knooppunt, evenementenhalle in Hoog Kortrijk, researchpark in Hoog-Kortrijk en activiteitenterreinen in het Deltapark en de Beneluxlaan.

3. Oostende  (back to top)

Knelpunten

· Hoge werkloosheid.
· Renovatie van het toeristisch stadscentrum
· Renovatie van het Kursaal
· Mobiliteit.

Oostende kent een hoge werkloosheid. En om op Vlaams niveau te komen, moet de werkloosheid met 1.500 eenheden dalen, een immense opdracht. Het openstellen van het Plassendale Project, de verdere renovatie van de haven, meer in het bijzonder de vergroting van de havenmond, het project van de Kromme Elleboog, nieuwe impulsen voor sociale economie, … moeten hierbij de doorslag geven.

Het groeistrand en de daaraan gekoppelde nieuwe zeedijk tussen het Casino-Kursaal en het Zeeliedenmonument spelen in de renovatie van het stadscentrum een centrale rol: de dijk wordt vernieuwd, er komt parkeergelegenheid, een wandeldijk in zee, de strook tussen de Van Iseghemlaan en Albert I Promenade kan worden aangepakt. Tijdens de komende legislatuur moet dit globale project kunnen afgewerkt worden, waardoor het oude stadscentrum er een belangrijke toeristische troef bij krijgt en waarbij - vooral – de veiligheid gegarandeerd wordt.

De renovatie van het Kursaal is in 2000 opgestart, maar moet drastisch versneld worden. Het stadsbestuur zal de eigendom van het Kursaal inbrengen in een filiaal van het op te rechten Autonoom Gemeentelijk Bedrijf Stadshernieuwing. In dit filiaal zal ook de particuliere sector participeren, en zal gewerkt worden aan directe tussenkomsten van de provincie en van het gewest. Bij de uitwerking van de Europese programma’s zal Oostende het Kursaal als prioritair project naar voor schuiven.

De bestaande politiek om meer fietspaden aan te leggen en meer fietsstallingen te voorzien wordt doorgetrokken. De nieuwe coalitie stelt als doelstelling 25 km. Fietspaden en 500 fietsstallingen extra op 6 jaar. Een fietsvriendelijke inrichting van de invalswegen zal prioriteit krijgen. Het fietsoverleg wordt voortgezet. Het groeistrand zal extra parkeerplaatsen opleveren, het eerste kwartier betalend parkeren moet voor één frank en voor de Oostendenaren die in de stad werken moet tijdens de week een goedkoper tarief mogelijk zijn in de ondergrondse parkings. Het project openbaar vervoer van 60 plussers blijft behouden. Het mobiliteitsplan zal prioritair afgewerkt worden.

4. Roeselare  (back to top)

Knelpunten.

· Gebrek aan kwalitatief proceswater.
· Het versterken van bestaande internationaal competitieve industriële clusters.
· Verbeteren van de interne bereikbaarheid en het inschakelen van de regio in het internationale transportnetwerk.

De industrie in de streek Roeselare-Tielt kampt op dit ogenblik met een tekort aan kwalitatief proceswater voor de industriële en agrarische sector. Dit probleem zal in de toekomst nog urgenter worden. Er is nood aan onderzoek naar nieuwe aan te wenden watervoorraden alsook naar maatregelen aan de bron die moeten leiden tot een verminderd waterverbruik per productie-eenheid. Prioriteit dient te gaan naar nieuwe, minder waterverbruikende technologieën, het voorkomen van verspillingen en het beperken van het gebruik van kwaliteitsrijke waterreserves tot die toepassingen die hoge kwaliteitsvereisten stellen.

De eigen industriële clusters (o.a. in de landbouw, textiel- en houtsector) moeten competitiever worden gemaakt. Daartoe moet één of meerdere clusters worden uitgebouwd. Voor de agrarische sector kan de cluster rond de diepvriesgroenten verder worden uitgebouwd, door samenwerking tussen streek en de Vlaamse overheid en het oprichten van een studiecentrum voor onderzoek.
Voorts kan men de sector van de grove groenten- en tuinbouwsector versterken door het uitbouwen en valoriseren van het provinciaal Land- en Tuinbouwcentrum te Beitem inzake teeltvernieuwen en biologische landbouw.

De betere bereikbaarheid van Roeselare kan worden bevorderd door een dringende voltooiing van de ring rond de stad, de aanleg van een multimodale containerhaven aan het kanaal Roeselare-Leie en een loskaai met containeroverslag langs de Leie te Wielsbeke. Voorts moet ook de ontsluiting van Tielt-Zuid naar de N37 van Wakkensesteenweg naar Deinzesteenweg prioritair worden gesteld, alsmede de voltooiing van de kalibrering van de Leie tot 1.350 ton te Kortrijk.
De afwerking van de verbinding Waregem-Wielsbeke-Oostrozebeke-Ingelmunster. En de doortrekking van de N37 van Roeselare via Moorslede naar Zonnebeke (Ieper) zijn eveneens urgent.





5. Ieper  (back to top)

Knelpunten

· Gebrek aan bedrijventerreinen voor investeerders
· De bouw van een nieuwe gevangenis.
· De primaire verbinding Ieper-Poperinge-Steenvoorde moet gerealiseerd worden.
· Geen afbouw van de kazernes Ieper-Koksijde

Meer samenwerking op alle vlakken met de Franse grensgemeenten, departementen en regio’s, vanwege de steeds meer en meer grensoverschrijdende tewerkstelling dringt zich meer dan ooit op

6. Torhout  (back to top)

Knelpunten

· Aansluiting op de E403

Er moet nog een sluitstuk van 3 km worden gerealiseerd. Door de voltooiing zal de ring R34 om Torhout gesloten worden en zal het bedrijventerrein van Torhout rechtstreeks verbonden worden met de E403.

7. Diksmuide  (back to top)

Knelpunten.

· Overbezetting N8

Vooral in het toeristisch seizoen is er sprake van overbezetting op de weg Ieper-Diksmuide (-Westkust). De doortocht van de stad Diksmuide vormt hier het grote probleem. Vandaar het voorstel om een zuidwestelijke omleiding om deze stad te creëren. Het voorgestelde tracé loopt rakelings langs de bedrijventerreinen van Diksmuide en Kaaskerke zodat niet enkel toeristisch verkeer maar ook industrieel verkeer buiten het stadsweefsel kan gehouden worden.